Fokreglement

Verenigingsfokreglement Nederlandse Sheltie Vereniging

  1. ALGEMEEN
    1.1. Dit Verenigingsfokreglement (hierna te noemen VFR) voor de Nederlandse Sheltie Vereniging (NSV), hierna te noemen de rasvereniging beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van het ras Shetland Sheepdog, zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de rasvereniging of anderzijds officieel geregeld. Dit VFR is goedgekeurd door de Algemene Ledenvergadering van de rasvereniging op 12 april 2025. Inhoudelijke aanpassingen van het VFR kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de Algemene Ledenvergadering van de rasvereniging.
    1.2. Dit VFR geldt voor alle in Nederland woonachtige leden van de rasvereniging.
    1.3. Het bestuur van de rasvereniging dient de door de Algemene Vergadering van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vastgestelde wijzigingen van het KR, die betrekking hebben op dit VFR en een verzwaring of aanscherping van de regelgeving betreffen, terstond hierin door te voeren. In tegenstelling tot het gestelde in artikel 1.1. behoeven deze wijzigingen niet de goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering van de rasvereniging. Dit ontslaat het individuele lid en de individuele fokker niet van de plicht, zelf op de hoogte te zijn en te blijven van recente wijzigingen in het KR, ook als het bestuur van de rasvereniging hier in gebreke blijft. Ieder individueel lid en individuele fokker is en blijft te allen tijde zelf verantwoordelijk voor naleving van het KR, wettelijke en overige regelgeving.
    1.4. Inschrijving van een nest in het Nederlandse Hondenstamboek (NHSB) door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vindt plaats conform de regels zoals vastgelegd in het KR.

  2. FOKREGELS
    2.1. Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.
    Voor pups, die uit een in het NHSB ingeschreven teef geboren zijn, als gevolg van een dekking die heeft plaatsgevonden in strijd met dit artikel, wordt de opname in het NHSB geweigerd (Artikel VIII.2 KR en Artikel III.14 lid 1l KR).
    De volgende combinatie is ongewenst:
    2.1.1 Het is ongewenst dat de teef en de reu gemeenschappelijke voorouders in de eerste driegeneraties van hun stamboom hebben.
    2.2. Oudercombinaties
    Dezelfde oudercombinatie is maximaal 5 maal toegestaan.
    2.3. Aantal reuen per dekking
    Het is wel toegestaan dat een teef tijdens een en dezelfde loopsheid door maximaal twee reuen wordt gedekt.
    2.4. Minimum leeftijd reu
    De minimum leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste 12 maanden zijn.
    2.5. Aantal dekkingen
    De rasvereniging heeft geen maximum aantal dekkingen vastgesteld.
    Als geslaagde dekking in Nederland geldt een dekking waaruit minimaal één levende pup is voortgekomen en ingeschreven in NHSB. In bijzondere omstandigheden zal een nest niet worden ingeschreven in het NHSB (KR artikel III.14 en KR artikel III.14A). Ook dan wordt uitgegaan van een geslaagde dekking. Indien sperma van de reu wordt gebruikt voor kunstmatige inseminatie (KI) staat dit voor het bepalen van het maximale aantal dekkingen gelijk aan een natuurlijke dekking.
    2.5.1. Het is ongewenst dat een reu meer dan 20 nesten in Nederland produceert. De Nederlandse Sheltie Vereniging publiceert in het clubblad de namen van de reuen die meer dan 20 nesten hebben gegeven in Nederland. Motivatie: In verband met de gezondheid van het ras is het verstandig dat een reu in zijn leven maximaal 5% van een generatie van 4 jaar aan de Sheltie populatie bijdraagt. Dit komt overeen met maximaal 20 nesten per reu.
    2.6. Cryptorchide en monorchide reuen
    Cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij. De fokker of eigenaar kan voor deze reuen een fokverbod/Limited Registration aanvragen.
    2.7. Gebruik buitenlandse reuen
    2.7.1. Gezondheids- en screeningsregels buitenlandse reu
    Wanneer voor een dekking een buitenlandse reu met een door de FCI erkende stamboom wordt gebruikt dan dient deze reu bij voorkeur te voldoen aan de gezondheids- en screeningsregels zoals deze gelden voor een Nederlandse reu.
    De kwaliteit van de uitvoering en beoordeling van de bij de buitenlandse reu uitgevoerde gezondheids- en screeningsonderzoeken dient zoveel mogelijk vergelijkbaar te zijn met de gezondheids- en screeningsonderzoeken zoals deze in dit VFR zijn opgenomen.
    Een buitenlandse reu, die lijdt aan een aandoening die volgens dit VFR fokuitsluitend is, mag niet worden gebruikt voor een dekking in Nederland.
    2.8. Kunstmatige inseminatie (KI)KI met sperma van een levende reu
    2.8.1. Wanneer voor kunstmatige inseminatie (KI) het sperma gebruikt wordt van een nog levende reu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit VFR alsof het een natuurlijke dekking van de reu betreft.
    2.8.2. KI met sperma van een overleden reu
    Wanneer voor kunstmatige inseminatie (KI) het sperma gebruikt wordt van een reeds overleden reu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit VFR alsof het een natuurlijke dekking van de reu betreft. Onderzoeken met een beperkte geldigheidsduur, dienen ten tijde van het afnemen van het sperma aan de voorwaarden te voldoen.
    Wanneer voor KI het sperma gebruikt wordt van een reeds overleden reu en de regelgeving in het VFR is uitgebreider en/of zwaarder dan deze was ten tijde van het leven van de reu, dan gelden de volgende aanvullende regels:
    De overleden reu moet gedurende zijn gehele leven minimaal voldaan hebben aan de in die periode geldende gezondheidsregels voor het ras in het land waar de reu was ingeschreven.
    Het sperma van een overleden reu, waarvan bekend is dat hij leed aan een aandoening die volgens het huidige VFR fokuitsluitend is, mag niet voor KI worden gebruikt.

  3. WELZIJNSREGELS
    3.1. Minimum leeftijd teef
    Een teef mag niet worden gedekt vóór de dag waarop zij de leeftijd van 16 maanden heeft bereikt.
    3.1.1. Een teef is bij voorkeur niet jonger dan 18 maanden.
    3.2. Maximum leeftijd teef eerste nest
    Een teef, waaruit niet eerder pups zijn geboren, mag niet worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 72 maanden heeft bereikt.
    3.3. Maximum leeftijd teef
    Een teef, waaruit eerder pups zijn geboren, mag niet meer worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 108 maanden heeft bereikt.
    3.4. Maximum aantal nesten
    Een teef mag niet meer worden gedekt na de dag waarop haar vijfde nest is geboren.
    3.5. Minimum periode tussen twee nesten
    Een teef mag niet worden gedekt als deze dekking tot gevolg heeft dat tussen de geboortes van twee opeenvolgende nesten van deze teef geen termijn van tenminste 12 maanden zit.
    Voor pups, die uit een in het NHSB ingeschreven teef geboren zijn, als gevolg van een dekking die heeft plaatsgevonden in strijd met dit artikel, wordt de opname in het NHSB geweigerd. (Artikel VIII.4 KR).
    3.6. Maximum aantal keizersneden
    Een teef mag niet meer worden gedekt, nadat er twee nesten met behulp van een keizersnede zijn geboren.

  4. GEZONDHEIDS-EN SCREENINGREGELS
    4.1. Gezondheids- en screeningsonderzoeken
    Beide ouderdieren dienen voorafgaand aan de dekking in het bezit te zijn van een geldige uitslag van de in het VFR verplichte gezondheids- en/of screeningsonderzoeken. De uitslagen van de geadviseerde en verplichte gezondheids- en screeningsonderzoeken moeten voldoen aan de in artikel 4.4. opgenomen criteria.
    4.2. Verplichte gezondheids- en screeningsonderzoeken
    In het kader van de preventie van gezondheidsproblemen dienen beide ouderdieren voorafgaand aan de dekking onderzocht te zijn op:
    Oogafwijkingen (ECVO)
    De fokker laat tevens de pups onderzoeken op oogafwijkingen door een ECVO specialist alvorens de pups naar de koper gaan.
    4.3. Geadviseerde gezondheids- en screeningsonderzoeken
    4.3.1. Aanbeveling:
    Heupdysplasie (HD)
    4.4. Criteria waaraan de gezondheids- en/of screeningsonderzoeken moeten voldoen
    De genoemde gezondheids- en/of screeningsonderzoeken moeten voldoen aan de volgende criteria:
    Oogonderzoek moet een ECVO onderzoek zijn en mag, op het moment van de dekking, niet ouder zijn dan twee jaar.
    Zolang de ouderdieren voor de fok worden ingezet moeten ze op het moment van de dekking een uitslag hebben, die niet ouder is dan twee jaar. Daarnaast is het advies dat alle Shetland Sheepdogs waarmee gefokt is op 4, 5 of 6 jaar onderzocht worden op PRA.
    4.5. Resultaten van gezondheids- en screeningsonderzoeken
    Honden mogen in de volgende combinaties worden ingezet:
    – Als één der ouderdieren HD-C heeft, dan moet de ander HD-A of HD-B hebben.
    Indien één der ouderdieren chorioretinale dysplasie / choriod hypoplasie (CRD/CH) heeft, dan dient de ander bij voorkeur vrij te zijn.
    De rasvereniging adviseert combinaties te maken waarbij beide ouderdieren vrij zijn van CEA en distichiasis.
    Honden met de volgende uitslagen mogen niet ingezet worden voor de fokkerij.
    Entropion, PRA, erfelijke retinopathie, coloboma, cataract (behalve seniele cataract), ablatio retinae, intra-oculaire bloedingen of een hypoplastische papil.
    Honden met HD-D of HD-E.
    4.6. Aandoeningen
    Met honden die lijden aan een of meer van onderstaande aandoeningen mag niet worden gefokt:
    Epilepsie;
    Honden die mesioversie (schuin geplaatste hoektanden) hebben of voor mesioversie behandeld zijn;
    Afwijkend karakter;
    Aangeboren doof- of blindheid;
    Hazenlip;
    Gespleten gehemelte;
    Wezenlijke gebitsfouten of kaakafwijkingen;
    Albinisme;
    Met honden die lijden aan een ziekte of afwijking die volgens gangbare veterinaire normen als chronisch en/of erfelijk beschouwd wordt, mag niet worden gefokt.
    4.7. Geen opname in NHSB
    Voor pups die worden geboren, terwijl één of beide ouderdieren één van onderstaande uitslagen van een screeningsonderzoek heeft, wordt opname in het NHSB geweigerd:
    Heupdysplasie HD-D en HD-E;
    Elleboogdysplasie ED II en ED III;
    Patella luxatie graad 2 en hoger;
    ECVO-oogaandoeningen met het fokadvies “no breeding from the affected animal”;
    Cochleaire doofheid.

  5. GEDRAGSREGELS
    5.1. Karaktereisen
    Beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals redelijkerwijs van een Shetland Sheepdog mag worden verwacht.
    5.2. Verplichte gedragstest:
    Voor dit ras is een verplichte gedragstest niet van toepassing

  6. WERKGESCHIKTHEID
    6.1. Voor dit ras is een verplichte werkgeschiktheidtest niet van toepassing.

  7. EXTERIEURREGELS
    7.1. Met honden die één of meer, volgens de FCI rasstandaard diskwalificerende of uitsluitende fouten vertonen mag niet worden gefokt:
    Agressief of overdreven verlegen (Agressive or overly shy);
    Fysieke of gedragsafwijkingen (Physical or behavioural abnormalities).
    7.2. Kwalificatie of exterieurkeuring
    Beide ouderdieren dienen voorafgaand aan de eerste dekking minimaal een aantal (één keer voor teven en minimaal twee keer voor reuen) te hebben deelgenomen aan een door de Raad van Beheer en/of FCI gereglementeerde expositie en daar minimaal de kwalificatie (éénmaal Goed voor teven en tweemaal Zeer Goed voor reuen) hebben behaald. Genoemde exposities zijn CAC/CACIB shows en regionale clubmatches, waar een voor de Shetland Sheepdog erkende keurmeester keurt.

    Opmerking:
    Een blue merle Shetland Sheepdog mag alleen gecombineerd worden met een driekleur of zwart-witte Shetland Sheepdog. Met sables uit een merle X sable combinatie of sables merles mag niet gefokt worden.

  8. REGELS WELZIJN PUPS
    8.1. De fokker draagt zorg voor een goede huisvesting, voeding en verzorging van moeder en pups.
    8.2 De fokker draagt zorg voor een deugdelijke bescherming van de pups tegen infectieuze aandoeningen volgens gangbare veterinaire inzichten, en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend EU-dierenpaspoort. De pups moeten voorzien zijn van een unieke ID-chip voordat zij het nest mogen verlaten.
    8.3. De fokker draagt zorg voor een goede socialisatie van de pups.
    8.4. De pups mogen niet eerder van hun moeder gescheiden worden dan op de leeftijd van 7 weken en 0 dagen.
    8.5. De pups moeten voordat zij naar de nieuwe eigenaar gaan de volgende screeningsonderzoeken hebben gehad:
    ECVO onderzoek.

  9. SANCTIEBELEID
    9.1. Indien een lid één of meerdere regels zoals deze zijn vastgelegd in dit VFR overtreedt, is het bestuur van de rasvereniging gerechtigd het lid één of meerdere sancties op te leggen. Zie artikel 18 van het Huishoudelijk Reglement.

  10. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
    10.1. Dit reglement is niet van toepassing op nesten die geboren worden uit een teef gedekt op of voor de dag waarop dit
    reglement in werking treedt.
    10.2. Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijn afgegeven en/of voor de inwerkingtreding
    van dit reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn inbegrepen.
  11. INWERKINGTREDING
    11.1. Na goedkeuring door het bestuur van de Raad van Beheer (Artikel 10 HR en Artikel VIII.5 + VIII.6 KR) treedt dit VFR in werking op een door de rasvereniging bepaalde dag nadat het op een voor de vereniging gebruikelijke wijze openbaar is gepubliceerd.

    Aldus vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van de Nederlandse Sheltie Vereniging op 12 april 2025.

Rol en verantwoordelijkheid van de Raad van Beheer en van de fokkers

Aan alle aangesloten leden van de Raad van Beheer

—————————————-

Geacht bestuur,

In Nederland, maar ook in andere landen van Europa, zien wij een toename van wet- en regelgeving over het fokken en houden van honden.

Regelgeving
Bij ons heeft deze toename onder andere geresulteerd in uitvoeringsregels over het fokken van kortsnuitige honden.
In diverse bijeenkomsten met de minister en ambtenaren van het ministerie van Landbouw LVVN hebben wij onze zienswijze rond de fokkerij van kortsnuiten besproken, zo ook met betrekking tot problemen in verband met het coupeerverbod en de situatie van agressieve honden.
Rond de kortsnuiten blijkt het ministerie geen aanpassingen te willen doen.  Al onze inspanningen en goede bedoelingen ten spijt, het is ons tot op heden niet gelukt om onze visie met betrekking tot de toepassing van de BOAS-test voor de beoordeling van de kortsnuitige rassen door de beoordelende instanties aanvaard te krijgen. Wij moeten ons bij de conclusie neerleggen, dat de fokker met uitsluitend de toepassing van de BOAS-test helaas niet kan voldoen aan de gevraagde inspanning als bedoeld in Art 3.4 Besluit houders van dieren (Bhd).

Buiten de regelgeving voor kortsnuiten wordt er door de overheid ook gewerkt aan verdere regelgeving die andere rassen en huisdieren treft. Zo zal het fokken en houden van naakt- en Fold-katten verboden worden. Wij vermoeden dat ook het houden en fokken van naakthonden binnen deze regelgeving zal gaan vallen.
Daarnaast zien wij ook een lobby die de fokkerij van kortbenige honden wil gaan verbieden. In Duitsland heeft onze zusterorganisatie VDH het verbod op het houden en fokken van Dashonden waarschijnlijk kunnen voorkomen. Wij maken ons zorgen dat het ministerie in Nederland met een vergelijkbaar voorstel gaat komen. Inmiddels hebben wij samen met de Nederlandse Teckel Club de eerste stappen gezet om hier invloed op te gaan krijgen.

Rol en verantwoordelijkheid Raad en fokkers
De Raad van Beheer onderschrijft nadrukkelijk het uitgangspunt dat wij moeten staan en zorgen voor de fok van gezonde honden. Dat geldt voor álle rassen. 
De wet- en regelgeving zal naar verwachting steeds meer leidend en specifieker worden. Wij als Raad van Beheer kunnen daar niet steeds eigen afzonderlijke controles en regels naast leggen.
 
Voor de fok geldt dat we ons goed moeten realiseren dat de verantwoordelijkheid voor een gezonde fok bij de fokker zelf ligt. Wij kunnen als Raad van Beheer niet zelf alle gebruikte ouderdieren controleren op het voldoen aan de wettelijke regels (art 3.4 Bhd). Dat is ook niet de taak van de Raad van Beheer. Dit betekent dat de fokker deze verantwoordelijkheid zelf moet nemen.

Verklaring fokker voldoen aan regelgeving
Het beleid van de Raad van Beheer gaat worden dat de fokker verplicht een verklaring moet afgeven.  De fokker zal bij zijn dekmelding moeten verklaren dat de beoogde fok voldoet aan de geldende regelgeving en uitvoeringsvoorschriften. Dat geldt dan voor alle rassen en alle nesten.

Die benodigde verklaring wordt nu ingeregeld in ons systeem. Door een ‘vinkje’ te zetten activeert de fokker de verklaring.  Pas dan wordt de stamboomafgifte procedure voor dat komende nest in behandeling genomen. Consequentie is wel, dat als de fokker de verklaring niet geeft, er in dat geval voor dat nest geen stambomen komen. 

Fokken zonder verklaring
Als de fokker de verklaring niet geeft komen er geen officiële stambomen voor dat nest. Daarop zijn geen uitzonderingen mogelijk.

Het bestuur van de Raad is nog aan het onderzoeken of voor een nest zonder verklaring een andere vorm van registratie- of afstammingsbewijs gaat gelden of niet.  Dat is van meerdere factoren afhankelijk, waaronder met name de voorschriften van de FCI. 

Informeren leden en fokkers
We willen u, onze aangesloten leden, als eerste informeren over de nieuwe procedure. Wij gaan op zeer korte termijn de fokkers informeren over de ingangsdatum van het nieuwe registratiesysteem en de benodigde verklaring. Uiteraard ontvangt u dan ook dat bericht.  Ook zullen wij de informatie op onze website en in onze overige media publiceren. 

Wij zullen vragen zoveel mogelijk centraal opnemen op onze website op een aparte pagina met FAQ – veelgestelde vragen.

Met kynologische groet,
 
Hildeward Hoenderken | Voorzitter

……………………………………………………………….
Raad van Beheer  – houden van honden

T 020 664 44 71 | leden@raadvanbeheer.nl | www.houdenvanhonden.nl