Waar moet u op letten als u een Sheltie-pup gaat kopen?
Allereerst is de huisvesting van het grootste belang.
De ervaring heeft geleerd, dat het voor de socialisatie van
Sheltie-puppies het beste is, als ze in huiselijke kring opgroeien. Want
honden moeten zich aanpassen aan de maatschappij, de mensen dus, en dat
moet zo vroeg mogelijk beginnen. Dat kan niet als ze opgroeien in een
schuur of stal, waar verder bijna niemand komt, behalve tijdens het
voeren. Een pup die slecht gesocialiseerd is, lijdt voor de rest van
zijn leven aan het "kennelsyndroom" waar hij eigenlijk nooit meer goed
vanaf komt!
Pups moeten, voor ze naar hun nieuwe eigenaar gaan, al veel leren. Ze
zijn vertrouwd met mensen, met allerlei dieren en met de huiselijke
situatie met al zijn- voor een pup vreemde- lawaaierige
gebruiksvoorwerpen. Koop dus nooit bij iemand, die zijn pups in een
schuur grootbrengt! Het onderkomen van de pups moet schoon zijn. De pups
zien er schoon uit, ruiken fris en hebben geen parasieten. Let u bij uw
bezoek ook op de andere honden, dus hoe zien die eruit, hoe gedragen die
zich en waar verblijven ze.
Hoe is het karakter van de ouders? Vanzelfsprekend dient er rekening mee
gehouden te worden, dat de moeder beschermend op zou kunnen treden. Bang
mag zij echter in geen geval zijn. Ook de pups moeten vrij van karakter
zijn, bereid kennis met u te maken.
Een goede fokker besteedt veel tijd aan de socialisatie van zijn pups.
Hij kent ze stuk voor stuk, weet over hun karakter te vertellen. Omdat
het voor hem van belang is, dat zijn pups zo goed mogelijk terecht
komen, zal hij interesse tonen voor de gezinnen, waar zijn hondjes heen
gaan. Veelal zal hij verwachten,dat u zeker twee keer naar de pups komt
kijken. Daarbij wil hij graag kennis kunnen maken met het hele gezin,
waarvan het pupje deel uit zal gaan maken. Het is onmogelijk veel tijd
te besteden aan socialisatie, als er veel nesten tegelijk bij een fokker
liggen. De fokker is bereid vragen over zijn hondjes of over de Sheltie
in het algemeen te beantwoorden. Ook later, als u uw pup al thuis hebt,
staat hij klaar om u raad te geven.

Wat u behoort te weten: Een goede fokker fokt alleen met gezonde honden.
Hij neemt deel aan het oogonderzoek door een ECVO-erkende oogarts en
laat op verzoek de officiële papieren met de uitslag daarvan zien. Er
wordt niet gefokt met honden, waarvan de uitslag van het oogonderzoek
niet bekend is. Beide ouderdieren moeten bij voorkeur vrij zijn van de
erfelijke oogafwijking C.E.A.
Indien een der ouderdieren CRD/CH
heeft, moet de ander
vrij zijn. Ook de pups worden
op oogafwijkingen onderzocht, voor
ze naar de nieuwe eigenaar gaan. C.E.A. is een verzamelnaam voor
ontwikkelingsstoornissen in het oog. U zou de hinder die de hond hiervan
ondervindt- bij milde vorm- kunnen vergelijken met een vliegpoepje op
een bril. Hoe ernstiger de afwijking, hoe groter het poepje. Het is voor
de fokker van groot belang te weten, wat hij gefokt heeft. Een pup met
een milde vorm van C.E.A. zal daar als huishond geen hinder van
ondervinden.
Bij de reuen behoren- als men ze op een tentoonstelling wil uitbrengen-
beide teelballen goed voelbaar te zijn. Het al of niet indalen van de
testes bij reuen is echter lang niet altijd op de leeftijd van 8 of 9
weken te voorspellen. Het is vanzelfsprekend, dat het willen fokken met
een reu met unilaterale of bilaterale cryptorchidie (wat wil zeggen dat
bij deze reu één of beide teelballen niet zijn ingedaald) uiterst
ongewenst is.
Volgens de rasstandaard mogen witte aftekeningen voorkomen op de bles,
de kraag en de borst, de poten en de staartpunt. Witte platen op het
lichaam zijn hoogst ongewenst.
Het is aan te raden de fokker te vertellen met welk doel het pupje wordt
aangeschaft. Zo kunt u samen met de fokker bepalen, welk hondje voor u
het meest geschikt is. Als u met het hondje zou willen fokken en u zegt
dat de fokker niet, dan kunt u hem later niet verwijten dat het hondje
eventueel niet geschikt blijkt te zijn voor de fok. Is het uw bedoeling
een Sheltie te kopen, waarmee u goede resultaten op tentoonstellingen
zou willen halen, dan kunt u dat ook veel beter aan de fokker vertellen.

Ondanks alle voorzorgen is het niet uit te sluiten, dat ook een goede
fokker eens een hondje kan fokken, dat op latere leeftijd een
gezondheidsprobleem blijkt te hebben. Hoe frustrerend dat is voor alle
betrokken partijen zal duidelijk zijn. Maar natuurlijk zijn de meeste
Shelties gewoon heel gezond. Met een gezondheidsgarantie wordt niemand
geboren, zelfs mensen niet. Als er een goed contact tussen koper en
fokker bestaat, zal dat de basis kunnen vormen tot het omgaan met dit
probleem.
Een goede fokker besteedt veel aandacht aan het
welzijn van zijn honden. Ze zijn goed verzorgd, schoon, goed gehuisvest.
Ze moeten genoeg ruimte hebben om te kunnen spelen. De pupjes worden
geënt en ontwormd. Dus moet u opletten of u een officieel
entingen-boekje meekrijgt met de pup. Daarin horen de gegevens van de
pup te staan. Dus zijn chipnummer, een gezondheidsverklaring van de
dierenarts en wanneer hij zijn eerste puppie-enting heeft gehad. Om goed
opgroeien te waarborgen krijgt u, als u uw pupje meeneemt, een
voedingslijst mee. Er wordt vanzelfsprekend alleen gefokt met teefjes,
die een daarvoor geschikte leeftijd hebben. Voor Shelties ligt dat
tussen de 18 maanden en 8 jaar + 2 maanden, op het moment van werpen.
Informeert u ook eens naar de showresultaten van de ouderdieren. Het
deelnemen aan tentoonstellingen bewaakt de kwaliteit van de Sheltie,
gemeten naar de Standaard. Nu is het niet zo, dat de kinderen van twee
kampioenen altijd kampioenen zullen worden, maar de kans dat mooie
ouders mooie kinderen krijgen is natuurlijk groter dan de kans, dat zo'n
mooi hondje geboren wordt uit matige ouders.
Bij een goede fokker kunt u geen hondjes zonder stamboom kopen. Een
goede fokker behartigt de belangen van zijn ras. Hondjes zonder stamboom
behoren officieel niet langer tot het ras. U koopt derhalve geen Sheltie,
maar een bastaard.

|