1) Pupbemiddeling wordt verleend aan fokkers, die
gedurende tenminste een jaar lid zijn van de N.S.V. Zij geven er in
woord en daad blijk van de doelstellingen van de N.S.V. te
onderschrijven.
2) Beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie staan als
ouder-kind of als (half)broer-(half) zuster.
3) De NSV neemt de welzijnsregels over van het Basis Reglement Stambomen
van de Raad van Beheer:
De teef moet ouder zijn dan 16 maanden als zij
wordt gedekt, maar bij voorkeur ouder dan 18 maanden.
De teef mag niet ouder zijn dan 72 maanden als ze
wordt gedekt voor haar eerste nest.
De teef mag niet niet ouder zijn dan 96 maanden
als ze wordt gedekt.
De teef mag in een periode van 24 maanden
maximaal twee nesten hebben, waarbij de periode tussen de dekking
van het eerste nest en de dekking van het tweede nest minimaal tien
maanden moet zijn.
De teef mag in Nederland maximaal vijf nesten
voortbrengen.
4) De voor het fokken gebruikte ouderdieren verkeren
in goede gezondheid.
5) De voor het fokken gebruikte ouderdieren zijn niet behandeld voor
medische afwijkingen (met uitzondering van distichiasis), die alsnog
gevolgen kunnen hebben voor de pups.
6) Met honden die mesioversie (schuin geplaatste hoektanden) hebben of
voor mesioversie behandeld zijn, wordt niet gefokt.
7) De NSV adviseert het volgende ten aanzien van het bestrijden van
oogafwijkingen.
De fokker neemt deel aan het oogonderzoek door de
ECVO. en verplicht zich de voor de bemiddeling opgegeven pups te
laten onderzoeken alvorens zij naar de koper gaan. De N.S.V.
ontvangt een afschrift van de onderzoeksuitslagen.
Fokkers/leden van de NSV laten shelties, waar zij
mee willen fokken, onderzoeken op oogafwijkingen op de leeftijd van
tenminste 12 maanden, maar in elk geval voordat de 1e dekking
plaatsvindt.
Fokdieren moeten, zolang ze voor de fok worden
ingezet, een ooguitslag hebben, die niet ouder is dan twee jaar
Beide ouderdieren zijn bij voorkeur vrij van CEA.
Indien een der ouderdieren CRD/CH heeft, moet de ander vrij zijn.
Met shelties met coloboma, RD, ablatio retinae, intra oculaire
bloedingen en een hypoplastische papil of erger mag niet gefokt
worden.
Beide ouderdieren zijn bij voorkeur vrij van
distichiasis.
Met shelties die entropion hebben mag niet gefokt
worden.
De NSV adviseert Shelties op PRA te testen.
Met shelties die PRA hebben mag niet gefokt
worden.
Alle Shelties waarmee gefokt is, worden op 4, 5
of 6-jarige leeftijd nagekeken op PRA. De eigenaar stuurt het
ECVO-formulier met de uitslag naar de N.S.V.
8) De NSV adviseert het volgende ten aanzien van het
bestrijden van heupdysplasie (HD)
Beide ouderdieren zijn bij voorkeur vrij van HD.
Geadviseerd wordt de ouderdieren op HD te laten onderzoeken alvorens
hen in te zetten voor de fok. Met honden met HD -D of HD-E wordt
niet gefokt. Als een der ouderdieren HD-C heeft moet de ander HD-A
hebben.
9) Teneinde de merle factor zichtbaar en daarmee
beheersbaar te houden, mag blue merle alleen gecombineerd worden met een
driekleur of zwart-witte Sheltie. Met sables uit merle x sable of met
sable merles mag niet gefokt worden.
10) Exterieureisen:
De vader van de pups heeft minimaal tweemaal Zeer
Goed gehaald. De moeder van het nest moet tenminste éénmaal geshowd
zijn en de kwalificatie Goed gehaald hebben
Genoemde shows zijn CAC/CACIB-shows en regionale
clubmatches, waar een voor de sheltie erkende keurmeester keurt.
11) Gedrag: (De Raad heeft tot op heden nog geen
richtlijnen voor het gedrag opgesteld.)
Geen der ouderdieren is schuw of vertoont
agressief gedrag.
De fokker draagt zorg voor een goede socialisatie
van de pups. De pups groeien daartoe in huiselijke kring op.
12) Algemeen:
De fokker laat al zijn pups enten en ontwormen.
Voor alle pups wordt een stamboom aangevraagd
De verzorging en huisvesting van de pups is
dusdanig, dat zij schoon zijn en vrij van parasieten.
De fokker voorziet de koper van een deugdelijke
voedingslijst. Tevens geeft hij een koopcontract (bij voorkeur van
de NSV), een kopie van de uitslag van het door de ECVO uitgevoerde
oogonderzoek van de pups, het entbewijs en een door een dierenarts
ondertekende gezondheidsverklaring mee.
De N.S.V. wijst er met
klem op, dat zij géén verantwoording draagt voor de uiteindelijke
beslissing van de fokker tot verkopen van een pup aan de koper of van de
koper tot het kopen van de betreffende pup. De bemiddeling brengt
slechts een vrijblijvend contact tot stand.