|
Verslag fokkersoverleg 14 januari 2006 Gehouden in het H.F. de Witte Centrum te
De Bilt De
Nederlandse Sheltie Vereniging luidde het nieuwe jaar in met een
fokkersoverleg. Dit overleg stond in het teken van registratie- en
rapportagesystemen die zijn ontwikkeld om de gezondheid van hondenrassen
beter te kunnen volgen en meer inzicht te krijgen in de vererving van
aandoeningen. Als spreker was uitgenodigd de heer Ir. Ed J. Gubbels, als
geneticus verbonden aan het instituut Genetic Counselling Services. De
visuele presentatie en de toelichting daarop was in handen van mevrouw J.
Scholten. Verslag Op een goed sheltiejaar! Ineke Essens opent het fokkersoverleg met veel goede wensen voor iedereen. Ze spreekt namens het Bestuur de hoop uit dat het jaar 2006 in alle opzichten een goed sheltiejaar mag worden. Voorafgaand aan haar aankondiging van de heer Gubbels benadrukt ze nog eens het belang van een goede inventarisatie en registratie van gezondheidsproblemen en het persoonsonafhankelijke beheer ervan. Vervolgens geeft ze het woord aan de heer Gubbels. Gezondheid is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid De heer Gubbels stelt dat de gezondheid van het ras de verantwoordelijkheid is van ons allemaal. Fokkers zijn voor hun fokproducten aangewezen op de fokproducten van anderen. Zo uitgebreid mogelijke, goed onderbouwde informatie over die fokproducten is dan ook van cruciaal belang om goede afwegingen te kunnen maken. De heer Gubbels gaat later in op de mogelijkheden om die informatie te verkrijgen. De aanwezigen
krijgen eerst informatie over een tweetal onderwerpen, die met relativerende
humor en in begrijpelijke taal worden gebracht. Mevrouw Scholten illustreert
het verhaal met onderzoeksresultaten en geeft daar waar nodig toelichting.
Inteeltcoëfficiënt Het eerste
onderwerp betreft inteeltcoëfficiënt. Inteeltcoëfficiënt is de maat om het
verlies van erfelijke variatie weer te geven. Elk dier draagt een heleboel
afwijkingen met zich mee. De vraag of die afwijking er ooit uitkomt hangt
voor een groot deel af van de partner van de hond in kwestie. Door
veelvuldig dezelfde reuen te gebruiken wordt de erfelijke variatie namelijk
kleiner en vergroot je de kans dat slechte genen elkaar tegenkomen en
resulteren in een afwijking. Nu ga je niet dood aan je inteelt coëfficiënt
maar een sterke toename ervan kan wel leiden tot (ernstige)
gezondheidproblemen binnen het ras. Hierbij kun je denken aan een zwakker
immuunsysteem, waardoor de hond vatbaarder is voor allerlei ziektes, een
lagere levensverwachting, verminderde vruchtbaarheid, gedragsveranderingen
etc. Om de kans op afwijkingen zo klein mogelijk te houden is het dus
belangrijk om de sheltie populatie zo breed mogelijk te houden en het aantal
dekking per reu te beperken. (Over)selectie Het tweede onderwerp hangt hier nauw mee samen en betreft (over)selectie: De ervaring heeft geleerd dat eenzijdig selecteren om een afwijking uit het ras te fokken of te verminderen leidt tot andere gezondheidsproblemen die nog wel eens erger kunnen zijn. Door alleen maar reuen te gebruiken die vrij zijn van de betreffende aandoening verklein je de genenpoel, waardoor je een groter risico loopt dat slechte genen elkaar ontmoeten (zie hierboven). Een extra risico is dat een aantal aandoeningen zich pas na een aantal jaren openbaart, dus op het moment dat er al een groot aantal nakomelingen is. Nakomelingen, die dus ook een verhoogd risico lopen om de betreffende aandoening te krijgen. Een goed voorbeeld hiervan is een reu, die veelvuldig werd gebruikt omdat hij genetisch vrij zou zijn van CEA (in die tijd was de Optigen test er nog niet). Op het moment waarop hij als dekreu veelvuldig gebruikt werd was niet bekend dat deze reu een vervelende huidziekte vererfde, omdat die ziekte pas op latere leeftijd aan het licht komt. Van die huidziekte kunnen shelties heel veel last hebben, terwijl een hond die CEA heeft over het algemeen geen hinder van oogafwijkingen in het kader van CEA ondervindt. De heer Gubbels adviseert dan ook over de volle breedte te selecteren. Dit houdt in dat je – bij de meeste aandoeningen – lijders moet uitsluiten maar je wel heel goed moet afvragen hoe je met verwanten omgaat. Selecteren is meer dan ooit een kwestie van afwegen. Gelukkig hebben we nu meer middelen en mogelijkheden om zorgvuldige afwegingen te maken. Voordat de
heer Gubbels over die middelen en mogelijkheden begint is er een korte
pauze. Die pauze wordt onder meer benut om van mening te wisselen over het
besprokene maar ook om de meegebrachte pups en jonge honden te bewonderen.
Middelen en mogelijkheden De heer
Gubbels vervolgt zijn lezing door te vertellen wat er allemaal mogelijk is
op het gebied van gezondheidsregistratie en –signalering. Allereerst geeft
hij aan de hand van grafieken over de periode 1930-2002 wat algemene
informatie over nesten en nestgrootte bij shelties. Na de
fokkers/liefhebbers die in de jaren ’30 een nestje shelties fokten (zo’n 3
nesten per jaar) zie je een toename in de vijftiger jaren (gemiddeld 40
nesten per jaar), gevolgd door een grote vlucht in de jaren tachtig (110
nesten per jaar). Ook laten de grafieken zien dat de nestgrootte in de jaren
’50 25% hoger lag dan in de jaren tachtig en dat die nestgrootte nu weer
enig herstel vertoont. Veel conclusies kun je daar verder niet uit trekken,
omdat er te weinig achtergrondinformatie is om deze goed te onderbouwen. Past die reu bij mijn teef? Om te laten
zien wat er vandaag de dag mogelijk is geeft de heer Gubbels aan de hand van
ingevoerde gegevens van andere rassen nauwkeurige informatie over
(aandoeningen per) ras, lijnen en individuele honden. Door tot 15 generaties
terug te gaan kun je ook zien of en hoe vaak aandoeningen, die door hun
manier van vererven niet echt voorspelbaar zijn, voorkomen. Daarmee wordt
het mogelijk om voor elke combinatie van ouderdieren vooraf in te schatten
hoe groot de kans is dat de nakomelingen een kenmerk of een afwijking
hebben. Voordat het zover is moet er een aantal stappen worden gezet: er
moeten gegevens worden verzameld en overgedragen, die gegevens moeten worden
ingevoerd in databases en gekoppeld worden aan andere van belang zijnde
datasystemen, zoals de DNA-databank. Met name de DNA-Databank is een
ontwikkeling die een grote sprong voorwaarts kan betekenen in het kader van
gezondheidsonderzoek en vererving van aandoeningen. Nadere informatie
hierover vindt u op de site van Genetic Counselling Services:
www.gencouns.nl.
Wat doen we met die mogelijkheden?
Ineke Essens speelt in
op de door de heer Gubbels verstrekte informatie door te vertellen wat er
binnen de Nederlandse Sheltie Vereniging op het gebied van
gezondheidsonderzoek is en wordt gedaan. Het grootste deel van de
beschikbare informatie over gezondheid werd/wordt verkregen uit het
onderzoek dat 8 jaar geleden is gehouden, uit de jaarlijkse
gezondheidsonderzoeken, uit CEA- en HD-uitslagen en uit toegespeelde
informatie van leden. De verkregen informatie geeft weliswaar globaal een
indruk van de gezondheid van ons ras, maar is allesbehalve representatief en
is ook niet werkbaar in die zin, dat fokkers er iets mee kunnen. Dit komt
door een combinatie van factoren. Het laten testen van honden op bepaalde
aandoeningen en het verstrekken van informatie met betrekking tot gezondheid
gebeurt voor het grootste deel op basis van vrijwilligheid. Terughoudendheid
om openheid van zaken te geven speelt een belangrijke rol, terwijl het juist
die openheid is waarmee je het ras, jezelf als fokker en je pupkopers
uiteindelijk de grootste dienst bewijst. De terughoudendheid heeft deels te
maken met negatieve ervaringen en wantrouwen ten opzichte van anderen om wat
iemand met je informatie over je honden kan gaan doen. Dat wantrouwen is
jammer genoeg – recent nog - niet ongegrond gebleken en een reden te meer om
vervolgacties in het kader van gezondheidsonderzoek onder te brengen bij een
onafhankelijk instituut. Voorstel Wat de Nederlandse Sheltie Vereniging graag wil is gebruik maken van een aantal diensten van Genetic Counselling Services. Dit om – in het belang van alle sheltie eigenaren en fokkers - het inzicht in de gezondheid van ons ras te vergroten en dat op een professionele, persoonsonafhankelijke manier. De eerste stappen daartoe zijn het starten van een stamboom- en kenmerkenregistratie. Vervolgens het starten van een gezondheidsonderzoek, waarbij de betrokken honden gedurende een periode van drie jaar worden gevolgd. De kosten die hieraan zijn verbonden zijn de volgende: Voor de stamboom- en kenmerkenregistratie moet worden gerekend op eenmalig € 1 per lid van de vereniging, plus de jaarlijkse onderhoudskosten van het programma. Het gezondheidsonderzoek gaat circa € 4 per hond. kosten. De kosten worden door de vereniging gedragen. De verwachting is dat er circa 1200 shelties bij het gezondheidsonderzoek worden betrokken. Daarnaast wil de Nederlandse Sheltie Vereniging ook graag de honden meenemen die tijdens het onderzoek van 8 jaar geleden zijn gevolgd. Ineke Essens vraagt de fokkers hoe zij hierover denken. Het idee blijkt een zeer breed draagvlak te hebben. Verreweg de meeste fokkers gaan ermee akkoord dat het e.e.a wordt uitgewerkt en als voorstel wordt ingebracht tijdens de eerstvolgende Algemene Leden Vergadering. Ineke Essens en Marion ten Cate besluiten het fokkersoverleg door mevrouw Scholten, de heer Gubbels en de fokkers te bedanken voor hun deelname en hun inbreng. Na afloop van het fokkersoverleg wordt er onder het genot van een drankje en een hapje nog lange tijd gezellig nagepraat en bijgepraat.
Copyright © 2006.
|